Lukas 22: 23 “En zij begonnen zich onder elkaar af te vragen wie van hen het toch zou zijn die dat zou doen.”

Wie zou nu zoiets doen?

Natuurlijk, je weet dat het kan gebeuren, je hoort het vaak genoeg.
Maar iemand uit jouw familie, vriendengroep, kerk?
Nee, wie zou nou zoiets moeten doen. Daar ken je ze goed genoeg voor. Dacht je.
Totdat het opeens aan het licht komt.
Iemand die vreemd blijkt te gaan, een stille drinker is, of al jarenlang een gokverslaving heeft…
Je kon het je niet voorstellen – en toch gebeurde het: in jouw directe omgeving.
Misschien heb jij wel zoiets meegemaakt, bedrog, of zeg: verraad.
Wat kun je je verraden voelen in zo’n situatie.
Of misschien voel jij je juist wel een verrader door iets dat je hebt gedaan.

Verraden: volgens het woordenboek betekent dat twee dingen.
Allereerst iets dat geheim is bekendmaken, maar ook: het schenden van trouw, trouweloos handelen tegen iemand.
Dat raakt volgens mij de kern van wat verraad is en wat het met je doet als het je overkomt: trouw die wordt geschonden.

Wie zou nu zoiets doen?
Het kan uit onverwachte hoek komen.

Jezus viert met Zijn leerlingen de Paasmaaltijd, wat wij het laatste Avondmaal zijn gaan noemen. De maaltijd waarin Israël herinnerde dat God hen had bevrijd uit Egypte. Het Paaslam werd geslacht, als herinnering aan de nacht van de uittocht. De nacht waarin ze veilig waren achter de deurposten met daarop op het bloed van het lam. Jezus vertelt Zijn leerlingen dat Hij vanaf nu het ware Paaslam is: als een lam zal Hij geofferd worden. Zijn lichaam verbroken, Zijn bloed vergoten voor hen, voor ons.

Jezus vertelt hen ook dat één van hen Hem zal verraden, wat zal leiden tot Zijn dood.
Dat de overpriesters en schriftgeleerden Jezus wilden ombrengen – dood wilden hebben – dat wisten ze wel al. Jezus had hen meerdere keren verteld dat Hij zou moeten lijden en sterven. Zij zullen de dreiging om Jezus heen ook gevoeld hebben. Maar dat één van hen, die twaalf, die nu al 3 jaar met Jezus optrokken, die hier nu samen rond één tafel zitten, dat één van hen Hem zou gaan verraden? Wie zou nu zoiets doen uit hun kring? Ze kijken de kring rond. Hoe dan…?

Wij weten het inmiddels: Judas zal de verrader zal zijn.
Ergens een tragisch figuur. Wat bezielde hem? Wat was zijn rol, werd hij een speelbal van de satan? Waarom moest dit gebeuren? Wat het nodig om Gods plan uit te voeren? Had dat niet anders gekund? Je kunt daar lang over nadenken.

Ik denk dat er op een bepaald moment iets geknapt is bij Judas.
Hoe de dingen gingen rondom Jezus. Wat hij gehoopt had dat Jezus zou gaan doen – maar wat Hij niet deed. Zulk soort dingen; teleurstelling, woede wellicht, desillusie.
Goede redenen voor verraad, toch?

Praten wij verraad niet vaak goed met zulke argumenten?
Je bent teleurgesteld in je relatie, en je laat jezelf geloven dat dat een terechte reden is om vreemd te gaan. Je laat jezelf geloven dat jouw boosheid terecht is en daarom vind je dat je alle reden hebt om…
Een dynamiek die je volgens mij in nog veel meer situaties kunt terugvinden.

Judas zal Jezus gaan verraden.
Maar een verrader, dat kan ik ook zijn, en jij ook: als we die teleurstelling, woede en desillusie de vrije ruimte geven in ons leven.

Jezus wist er van. Zelfs al op dat moment aan tafel. En toch ging Hij door. Hij wist dat Judas hem zou gaan verraden, maar stuurde hem niet van tafel. Hij reikte hem zelfs brood en wijn aan. Dat is genade, niet als een theorie, maar heel concreet, in de praktijk. Tegenover het verraad van Judas, staat de trouw van Jezus. Judas zal Jezus gaan verraden, in beide betekenissen: hij zal bekendmaken aan de leiders van het volk waar Jezus is, maar ook: verraden in de zin van het schenden van trouw.
Maar de trouw van Jezus is groter, de liefde Jezus is groter. Niettemin verdwijnt Judas straks in het duister van nacht, onderweg naar die verraderlijke kus.

Jezus’ verraden, wie zou er nu zoiets doen?

Als jij teleurgesteld, boos of gedesillusioneerd bent, misschien wel in God, in Jezus – wat doet dat met jou? Welke ruimte geef je daar aan?
Hoe sta jij tegenover Jezus, als Hij ondanks alles -ondanks jouzelf! – jou brood en wijn aanreikt?

“Heer, vergeef ons en behoed ons
voor de onwil in ons hart.
Om met U te willen lijden,
waar uw lijden ons diep verwart.

Wie verstaat dit wonderlijk geheim?
Dat niet Hij, maar wij gevangen zijn;
dat ons hart begrijpt waarom Jezus hier lijdt,
die voor ons, onze onschuld, pleit.”

(uit: ‘Zie de mens’ – Sela)